Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

OO nummer: 124 Jaar: 400

De trinitate libri quindecim

De drieëne God, in vijftien boeken.
-Dogmatiek- 
De arbeid aan dit werk wordt in de loop der jaren verschillende keren onderbroken wegens andere werkzaamheden. Na voltooiing verzonden aan Aurelius, bisschop van Carthago. Augustinus vindt het zelf een moeilijk werk en alleen geschikt voor mensen met een scherp intellect.
Boek 1: Uiteenzetting van het schriftuurlijke getuigenis over de gelijkheid van de drie goddelijke personen van de drieëne God met een verklaring en toelichting van de schriftplaatsen die tegenstrijdig lijken aan dit gelovig inzicht. Boek 2: Nadere toelichting op de gelijkheid van de goddelijke personen met de zending van de Zoon en van de Heilige Geest. Bij de verschillende verschijningen van God is de Gezondene nooit geringer dan de Zender. De drieëne God is in de eigen natuur onveranderlijk, onzichtbaar en overal tegenwoordig. In elke zending of verschijning zijn de goddelijke personen niet van elkaar te scheiden. Boek 3: Nader onderzoek van de godsverschijningen waarvan in het vorige boek sprake was, in het bijzonder de verschijningen met behulp van een engel: wat is daarin de verhouding tussen het beeld en het wezen van God? Boek 4: Uitleg over de zending van de Zoon: waartoe is de Zoon gezonden en hoe is de zending tot vervulling gebracht? Boek 5: Weerlegging van de opvattingen als zou de Zoon substantieel van de Vader verschillen. Boek 6: Exegetische kwesties over 1 Kor 1,24. Christus wordt daar de Kracht en de Wijsheid van God genoemd. De vraag is of de Vader zelf nog Kracht en Wijsheid kan zijn, of dat Hij alleen de Vader van Kracht en Wijsheid is. Boek 7: Uitleg van het vraagstuk over 1 Kor 1,24. De Vader is ook zelf Wijsheid en Kracht Gods zoals de Heilige Geest. Toch bestaan er geen drie wijsheden of krachten. Deze paradox leidt tot een uiteenzetting over het ene wezen en de drie personen in God. Boek 8: Nadere beschouwing over de verhouding tussen Vader, Zoon en Heilige Geest. Niet te zeggen is dat de een groter is dan de ander. Met het begrip van de waarheid, met de kennis van het hoogste goed en met de liefde voor de rechtvaardigheid moet God worden begrepen. De liefde die volgens de Schrift God wordt genoemd, is daarin het belangrijkst. Boek 9: Onderzoek naar de drievuldigheid in de mens als beeld van God. Als eerste mogelijkheid de drieslag geest (mens), kennis (notitia) en liefde (amor). Boek 10: Tweede mogelijkheid voor de drievuldigheid Gods in de menselijke geest: herinnering (memoria), begrip (intelligentia), en wil (voluntas). Boek 11: Schets van de mogelijkheid om de drievuldigheid Gods in het uiterlijk van de mens te ontwaren: lichaam (corpus), aangezicht (forma in acie cernentis), en de wil tot vereniging (intentio voluntatis copulantis). Dit beeld wordt echter minder adequaat bevonden. Boek 12: Verklaring waarom geen enkel menselijk beeld van de goddelijke drievuldigheid volmaakt is. Toelichting met het schriftuurlijk getuigenis van de oerzonde die van geslacht op geslacht wordt overgedragen. Boek 13: Uiteenzetting van hoe de mens als beeld Gods in Christus is hersteld en verlost. Boek 14: Beschouwing over hoe na het herstel door Christus in de mensheid opnieuw het beeld van de drievuldige God kan worden ontwaard. Boek 15: Vaststelling van de ontoereikendheid van elk beeld van de goddelijke Drievuldigheid in een mens. Deze ontoereikendheid wordt toegelicht met een uitleg van 1 Kor 13,13.

Over de Drie-eenheid [ De trinitate] / Augustinus van Hippo ; vertaald en ingeleid door T.J. van Bavel. - Peeters, 2005. - 483 p. - ISBN: 90-429-1584-6. - - Met index op bijbelcitaten en trefwoorden.

Vertalingen

broninfo
WorksSA
FathersChurch
AncientCW
NicenePNF
SA-Gnade
SA-Seelsorger
AOpera-Werke
DeutscheA
BA-Oeuvres
OeuvresComplètesSA
NBA-Opere
ObrasSA
CCSL
CSEL