Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

Verantwoordelijke redacteur dossier: Alexis Szejnoga
Dossiers » Amos, het boek » niet-wetenschappelijke artikelen » Rudy Van Moere, In de ban van de leeuw

Rudy Van Moere, In de ban van de leeuw

Rudy Van Moere, In de ban van de leeuw, in: Interpretatie 21,1 (2013), p. 15-18.


Samenvatting

Met twee heftige beelden brengt Amos een ‘metaforische’ leeuw die JHWH’s oorlogsintenties tegen Israël symboliseert. Geen recht en gerechtigheid (5:7) maar onderdrukking en geweld (3:9-10)! Daarnaast voert hij drie brullende leeuwen op in een passievolle toespraak (3:3-8). Via zeven retorische vragen groeit de spanning en mondt uit bij een glasheldere conclusie: JHWH is de auteur van het onheil! De profeet ervaart het onontkoombare gebrul zodat hij deze vaststelling moet bekendmaken! Een perfect parallellismus membrorum met staccatoritme brengt het leeuwengebrul en JHWH's spreken met Amos' vrezen en profeteren samen (3:8). Indrukwekkende synergie!

Het qinametrum van het klaaglied voor de rouw overheerst in het metaforische deel over de jacht en het niet-metaforisch over de oorlog. Tussen de inclusie van brullende leeuwen klinkt er in het exacte midden een sjofar als verbindend scharnier. De focus richt zich op het oorlogsalarm: onontkoombaar onheil!

Amos’ brullende leeuwen koppelen terug naar JHWH's megabrullen vanuit Sion (1:2). Hij is woedend om de misdaden van zeven buurvolken en om Israëls eigen zeven misdaden (1:3-2:8)! Alle retorische registers gaan open met oorlogsgeruis en krijgsgeschreeuw bij dreigende sjofarklanken. Zouden de vele misdaden tegen de menselijkheid van vandaag Amos' JHWH niet ook doen brullen? Of zou hij dat aan mensen overlaten?



Bron: Interpretatie, met dank aan Nico Riemersma.