Adri van der Wal, De marginalisering van een profeet: Hoe men probeerde Amos het zwijgen op te leggen, in: Interpretatie 19,8 (2011), p. 23-25
Samenvatting
Menige profeet in Israël betaalde persoonlijk een flinke prijs voor zijn optreden als spreker-namens-God. Ook Amos. Israëls profeten stelden als sprekers-namens-God een diagnose van de samenleving van hun dagen. De profeet Amos, vermoedelijk opgetreden omstreeks 760 v. Chr., houdt de elite van het Noord- of Tienstammenrijk kritisch een spiegel voor. Hij bekritiseert op indringende wijze vele aspecten van hun manier van leven. Deze kritiek wordt niet geapprecieerd. Met als gevolg dat Amos, die mogelijk uit het Noordrijk zelf afkomstig was, naar het Zuidrijk Juda wordt verwezen. Het verhaal in Am. 7:10-17 laat zien dat hij niet langer wordt getolereerd in het Noordrijk. Men legt de spreker het zwijgen op om zijn woorden.
Amos’ in het Noordrijk gesproken woorden zijn waarschijnlijk na de verwoesting van Samaria (ca. 720 v. Chr.) meegenomen door mensen die naar het Zuidrijk gevlucht zijn. Daar zijn zij later van toepassing gemaakt op de situatie aldaar. Een spoor van Amos’ woorden vinden we in de verkondiging van de profeet Jeremia.
Bron: Interpretatie, met dank aan Nico Riemersma.