Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

Verantwoordelijke redacteur dossier: Liuwe Westra
Dossiers » Simeon de Styliet » introductie » Simeon de Styliet (ca. 390 - 459)

Simeon de Styliet (ca. 390 - 459)

Simeon de Styliet werd in het noordwesten van Syrië geboren als kind van een christelijk boerenechtpaar. De meesten van de vele kinderen overleden zeer spoedig na hun geboorte - zoals dat zo vaak voorkwam in de oudheid met haar hoge kindersterfte -, alleen Simeon en een broertje bleven in leven.

Jeugd en ascetische roeping


Over zijn vroege jeugd weten we heel weinig, behalve dat hij voor zijn ouders de schapen hoedde. Hij kreeg geen schoolonderricht en bleef zijn leven lang ongeletterd. Zijn moedertaal was Syrisch. Wanneer hij als jongen van ongeveer tien jaar eens in de kerk uit het Nieuwe Testament hoort voorlezen, wordt hij daar zozeer door getroffen dat hij een soort bekering ondergaat, die nog wordt bekrachtigd door een daaropvolgende visionaire ervaring in een martelaarskapel. Beide ervaringen brengen hem ertoe zich al heel jong aan een leven van ascese te gaan wijden, eerst een jaar of twee onder de hoede van een paar individuele asceten, daarna ongeveer tien jaar (ca. 403 - 412) in een klooster in Teleda (ongeveer 55 km ten noordoosten van Antiochië), waaruit hij echter uiteindelijk wordt weggestuurd omdat zijn telkens strenger wordende ascese de andere monniken op den duur veel te ver gaat. Het zijn met name zijn extreme onthouding van voedsel (volgens één van zijn biografen slechts één maal per week een zeer kleine hoeveelheid) en zijn rigoureuze zelfkastijding in de vorm van het zich opzettelijk toebrengen van wonden die zijn confraters niet alleen verontrusten maar ook irriteren, zonder twijfel mede omdat dit optreden van Simeon hun het schuldige gevoel geeft zich niet voldoende in te zetten voor een echt ascetisch leven. Hij vertrekt daarna voor de rest van zijn leven (412-459) naar een andere plek in het noordwesten van Syrië, waar hij zich bij het dorp Telanissos aanvankelijk enkele jaren in een schamel gebouwtje op een nabijgelegen heuveltop vestigt. Daarna gaat hij ertoe over op die plek een hoge dubbele omheining van stenen te bouwen waarbinnen hij in de open lucht gaat leven, blootgesteld aan alle wisselingen van klimaat en temperatuur, en met een zware ijzeren ketting om zijn enkel om zichzelf te verhinderen daarvandaan weg te gaan.

De eerste pilaarheilige


Na enige tijd bedenkt hij een geheel nieuwe vorm van ascetisch leven en gaat hij daar op een lage pilaar (ongeveer 1,8 meter) staan om zich op die wijze voortdurend aan gebed en rigoureuze versterving te wijden. In de loop der jaren laat hij telkens hogere pilaren vervaardigen, de laatste niet minder dan 18 meter hoog, waarop hij tot aan zijn dood in 459 blijft staan, met zijn voeten vastgeketend aan de zuil. Het mag welhaast een wonder heten dat iemand met deze levenswijze nog zo’n zeventig jaar is geworden. Het precieze aantal jaren dat hij staande op een pilaar heeft doorgebracht is niet met zekerheid vast te stellen, omdat de antieke bronnen daarover niet eensluidend zijn, maar het moeten er tussen de 37 en de 47 zijn geweest. Al die tijd was zijn zuil omringd door een groep trouwe aanhangers of bewonderaars die hem voorzagen van het weinige voedsel en water dat hij nodig had en die hem ook anderszins van dienst waren, bijvoorbeeld in zijn contact met de vele pelgrims en als boodschappers naar vrouwen, die buiten zijn gezichtsveld moesten blijven.

Zijn faam als pilaarheilige was zo groot en wijdverbreid geworden, zelfs tot in Britannia en het Perzische Rijk toe, dat er in toenemende mate hele menigten pelgrims van heinde en verre naar hem toekwamen met verzoeken om voorbede, om genezing, om allerlei soorten hulp, om rechterlijke uitspraken, enzovoort. Een man die in onze tijd wegens zijn gedrag vermoedelijk als een gevaar voor zichzelf in een psychiatrische inrichting zou zijn opgesloten, werd in de eerste helft van de vijfde eeuw het idool, of beter: de bewierookte representant van God, voor vele duizenden, ja zelfs tienduizenden uit alle lagen van de bevolking. Hier begint een massale heiligenverering, zelfs al tijdens het leven van de heilige, met alle pelgrimsindustrie vandien, bijvoorbeeld in de vorm van souvenir- en reliekenhandel. Volgen één van zijn biografen was het juist de enorme toelooop van mensen die Simeon ertoe deed besluiten op telkens hogere zuilen te gaan staan; anders werd het te vermoeiend en te belastend voor hem, zoals Jezus soms in een bootje stapte om aan de druk van de mensenmassa’s te ontkomen.

Invloed


Simeon onttrok zich echter niet aan het appel dat op hem werd gedaan. Zijn biografen benadrukken juist dat hij altijd na zijn gebeden, die duurden van het begin van de nacht tot drie uur in de middag, tot zonsondergang de tijd nam om alle mensen te woord te staan en zich hun ziekten, zorgen, conflicten, klachten en problemen van velerlei aard bezig te houden. Overigens is het niet juist om te zeggen dat hij ‘alle mensen’ te woord stond, want hij ontving alleen mannen: vrouwen wilde hij niet zien, zelfs zijn eigen moeder niet, en die moesten dan ook achter een hoge omheining blijven. Dit wordt trouwens ook van andere vroegchristelijke monniken gezegd; van vrouwen zou een onweerstaanbare verleiding uitgaan.

Het zal duidelijk zijn dat Simeon toch sociaal bleef functioneren, vooral als een soort christelijk orakel. Door zijn wonderen en kennelijk charismatich probleemoplossend vermogen wist hij soms hele dorpen of stammen van Arabische bedoeïenen tot bekering te brengen. Met moet dan ook waarschijnlijk de belangrijke rol van Simeon in een latere fase van de christianisatie van het noorden van Syrië niet onderschatten.

Ook van (kerk)politiek hield Simeon zich niet afzijdig. Hij bad langdurig om een Perzische invasie van het Romeinse grondgebied (in 440) tot staan te brengen. Toen in het midden van de jaren ’20 van de vijfde eeuw keizer Theodosius II bepaalde dat alle christelijke gemeenten die ten onrechte joodse synagogen hadden onteigend, die moesten teruggeven of de joden daarvoor herstelbetalingen moesten geven, schreef de heilige aan de keizer een dreigbrief waardoor deze zich zo onder druk gezet voelde dat hij de maatregel weer introk. Dit feit toont niet alleen Simeons enorme prestige, maar werpt trouwens ook een nogal schril licht op zijn ‘heiligheid’. Tevens schijnt Simeon kort voor het Concilie van Efeze (431) de bisschop van Antiochië bewerkt te hebbben om op de synode een anti-nestoriaans standpunt in te nemen, en bij andere gelegenheden heeft hij zich eveneens als fervente bestrijder van de ‘ketter’ Nestorius opgeworpen.

Voortleven


Er is een levensbeschrijving van Simeon van zijn leerling Antonius. Ook is er een anonieme Syrische levensbeschrijving, die als betrouwbaarder te boek staat. Een derde levensbeschrijving vinden we in Theodoretus van Cyrus’ Geschiedenis der monniken 24.

Na Simeons dood werd er rondom zijn zuil een gigantisch kerkencomplex gebouwd. De zuil kwam in het midden van een achthoekig heiligdom te staan, waaraan weer vier grote basilica’s vast waren gebouwd in de richting van de vier windstreken. De ruïnes van dit complex zijn nog steeds toegankelijk, in het midden is de sokkel van Simeons zuil bewaard gebleven.

Simeon werd al snel als heilige beschouwd. Zijn feestdag wordt gevierd op 1 september in de Oosters-Orthodoxe kerken (hij overleed op 2 september), op 5 januari in de Rooms-Katholieke Kerk en op 29 Pashons in de Koptische Kerk. Als ‘paalzitter’ houdt hij een officieel wereldrecord in het Guinness Book of Records.

(door Pieter W. van der Horst)


Bron: Tilburg School of Catholic Theology, met dank aan Pieter van der Horst.